Citaat uit de onvoltooide biografie
Een citaat uit mijn onvoltooide biografie, een nietgeredigeerde draftversie, enigszins aangepast uiteraard vanwege het vluchtige karakter van een blog.
“Het was veel te druk, het is veel te druk in mijn hoofd en zolang mijn moeder in de zorginstelling te Eindhoven zit, zal het nog een hele tijd veel te druk blijven in mijn hoofd.
Inmiddels is ze al meer dan een jaar opgenomen in een zorginstelling op een afdeling voor mensen met behoefte aan 24 uurszorg. Als ik op bezoek kom, verwelkomt ze me met open armen omdat er iets aan mijn gezicht haar bekend is. Of ze weet dat ik haar dochter ben, dat waag ik te betwijfelen.
Tja, dat is dan maar zo, ik zal maar niet zeggen wat ik werkelijk wens maar misschien kunt u dat zelf wel uitdokteren. Ik ga het niet mooier maken dan het is. Mijn moeder leeft geen menswaardig bestaan en ik had hier al een aantal zaken opgesomd die ze doet en niet doet met de gevolgen die dat heeft, maar ik heb ze allemaal geschrapt omdat ik wil dat mijn moeder op mijn blog haar waardigheid tenminste behoudt.
Sinds kort mag ik gelukkig weer op bezoek, we hebben acht weken geskyped, daarna mocht ik een keer per week gedurende drie kwartier op bezoek. Drie kwartier zijn uiteraard te kort om geconfronteerd te kunnen worden met de ongemakken, die haar gevorderde Alzheimer met zich meebrengt. Dus in hoeverre ze was achteruitgegaan, had ik niet meegekregen. Nu wel.
Behalve mijn moeders toestand is het bij mij in huis gedurende de coronaperiode erg druk geweest, wat maakte dat het in mijn beschadigde hersenen topdrukte was. Er is inmiddels een nieuwe keuken geïnstalleerd, moeders huis is verkocht en de nieuwe bewoner woont er intussen ook al.
Ook ben ik begonnen aan een nieuw boek – een nieuw aflevering van De overlevers – omdat ik de bevlogenheid miste om een biografie over mij en mijn nah te schrijven terwijl mijn moeder langzaam uitdooft.
Ik neem het risico dat ik ongevoelig klink als ik zeg dat de pandemie een geschenk was voor mij. De drukte is mijn hoofd zou onhoudbaar zijn geworden bij alles wat ik behoorde te doen, alles wat nodig was bij een verhuizing, bij een huisverkoop en bij een verbouwing. Ik zou letterlijk fysiek onderuit zijn gegaan als ik vier dagen per week naar mijn moeder had moeten blijven gaan terwijl ik alle administratie, dus abonnementen opzeggen, boekhouder, krant, energieleverancier, bank, verzekering (zomaar een greep) moest doen én moeders huis moest leegruimen waarbij ik veel herinneringen tegenkwam, meubels uitzoeken, kijken wat wel en wat niet weg kon, alles in dozen verpakken en dan vooral niet vergeten wat in welke dozen zat en dan die dozen ergens zien kwijt te raken tussen de dozen waarin de keukenspulletjes zaten omdat er geen keukenkastjes meer waren.
Druk in mijn hoofd en een chaos in mijn huis.
Maar omdat ik nu niet naar moeder kon, greep ik de kans iets te zoeken wat me afleidde van alle chaos en ik weet uit ervaring dat wanneer ik bezig ben aan een boek, de verhaallijnen en de personages, dan raak ik tijd en realiteitsbesef kwijt. Dus alles voor de afleiding, en ik ben aan een verhaal begonnen waarin ik me volledig kwijt kon, met personages die ik al kende en waarvoor ik alleen maar een nieuw avontuur hoefde te bedenken.
Inmiddels ben ik in een grove versie aan het verhaaleinde beland en uit ervaring weet ik dat ik beter kan wachten met het schrijven van het einde tot ik het begin en het midden enkele keren heb doorgenomen en herschreven, dat ik beter kan wachten tot ik enkele andere verhaallijnen heb uitgewerkt waardoor de plot voller wordt omdat ik weet dat ik dan pas het werkelijke einde zal hebben.
Want ik herinner me dat ik het in mijn twee laatste boeken Recht en De overlevers – de rode traan ook zo heb gedaan.
Dus lieve lezer, nu kom ik toch weer terug op mijn nah, op mijn trage cognitie als gevolg. Mijn denken is een diesel, hij komt trager op gang en het beste wat ik nu kan doen, is het hele boek – ik heb ruim 50.000 woorden, dus plenty ruimte voor uitbreiding – gaan afschrijven (hoewel het daarna nog steeds maar de eerste versie is). Dat einde zal me vanzelf worden aangereikt.
Want echt, ik ben op. Ik schrijf alleen nog omdat ik een drive heb, en omdat ik ervan overtuigd ben dat ik het eigenlijk wel kan. Het zou best kunnen dat ik hulp nodig heb vanwege mijn nah, want ik ben traag. De wereld gaat snel, toch wil en kan ik me daaraan niet aanpassen. Dat is helaas, maar ik ben in ieder geval blij dat ik in dit boek nu op het punt ben aanbeland dat ik het einde uitstel, want dat wil zeggen dat het einde in zicht komt.”


