Over de mens, een raar wezen, en het verhaal over de Bong en het hart.

Aangezien ik tot dat rare, menselijke ras behoor, ben ik ook wel heel erg vreemd. In ruime
mate vergevingsgezind, ben ik echter ook opstandig en rebels en intussen toch bereid
tot het doen van concessies voor het welbevinden van anderen.
Waarom vertel ik jullie dit?

Omdat ik met mijn neus op de feiten ben gedrukt. Het leven wordt te vaak en door te
veel van ons gezien als vanzelfsprekend. Dat is het niet. We hebben het ook niet
eens in de gaten omdat we het te druk hebben. We leven niet, we laten ons leven.
Zonder weerga.
Totdat er iets gebeurt dat alles volledig overhoop haalt, in zo’n mate dat je gaat twijfelen.
Wat is mijn leven? Heeft het nog zin? En hoe lang? Kan ik nog blij zijn?
Mag ik angstig zijn? Wat moet ik nou?

Mijn tweede leven is dertig jaar geleden begonnen nadat ik met een beschadigd stel
hersenen verder moest. Veel vallen, gewond opstaan en nog meer dingen die compleet
zinloos (b)leken. Iets van de zin heeft zich inmiddels ontsponnen, en vorig jaar nog was
ik euforisch omdat ik eindelijk de goede vorm dacht te hebben voor mijn biografie.
Veel verder ben ik helaas (nog) niet gekomen. Weet je, ik ben een verhalenverteller en
dat specifieke verhaal met mij in de hoofdrol mist intrige, een plot, of ik zie het gewoon
niet.

En pas heb ik een boek gelezen, getiteld: Met het hart op de Bong. Een imposant stuk
levensgeschiedenis van een mooie, jonge vrouw met een innemend hart voor dieren,
met een respectabel doorzettingsvermogen en een liefhebbende familie die nooit
haar pijn kon wegnemen, maar hem wel door hun aanwezigheid wist te verzachten.

Lian Coppens vertelt haar verhaal op een manier die oprecht bewondering afdwingt en
indruk maakt. Ze is volkomen zichzelf en zelfs ik – in mijn compleet gestoorde neverending
redigeermodus die zoveel ziet wat geschrapt kan worden – zat enkele malen met
een brok in mijn keel.

Zij is een raar wezen, net als ik een raar wezen ben en het merendeel van de mensheid.
Iedereen heeft een tic, soms verborgen, vaak zichtbaar als je weet hoe te kijken.
Kijk maar eens om je heen. Soms echter … soms is raar heel erg mooi.

Enige tijd geleden sprak ze me aan op een personeelsfeestje. Ze had me wel eens zien
wandelen met mijn hond en was ontzettend geïnteresseerd naar het ras. We hadden een
leuk gesprek, maar er was veel herrie, muziek, veel mensen, die praten en voor of
achter je langs komen lopen, vechten om een centimeter, jeweetwel. Het is niet
bevorderlijk voor mijn focus. Na het lezen van haar verhaal echter, realiseerde ik me
pas echt waarom ik haar niet zo goed begreep. Het lag niet aan mijn nah,
niet alleen dat is, want ze heeft geen tong, ze heeft een Bong. Wat is een Bong, vraag
je je af.
Het spijt me, maar als ik dit uitleg, begeef ik me op een plek buiten de context van
Lians verhaal. Niet alleen voelt dat niet goed, maar het klopt gewoon niet.

Ik heb geen idee hoeveel boeken ze heeft verkocht, ik weet evenmin of er nog
exemplaren in omloop zijn want ik heb het boek van een vriendin geleend,
maar ik hoop dat ze mijn soort van recensie op prijs stelt.

Lian, Lyn, mocht je dit ooit lezen, dan zul je vast wel door hebben dat jouw
verhaal wat bij me heeft losgemaakt.
In navolging van jou gooi ik er een songtekst tegenaan:

“Wanneer er witte sterren zijn,
maan en planeten verre zijn en zacht,
lacht de nacht,
dan heb ik mensen om me heen.
Nee ik ben niet alleen, nee niet alleen.”
Lennaert Nijgh / Boudewijn de Groot

Laat een antwoord achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.